mission statement

In de romantiek ontwikkelt het strijkkwartet zich tot de allerhoogste kamermuziekvorm. Het Quatuor Romantique legt zich toe op het vertolken van deze grote romantische strijkkwartet-literatuur, vertrekkend van de late Mozart strijkkwartetten tot en met het begin van de 20ste eeuw. Daarbij maken we gebruik van originele instrumenten en laten we ons inspireren door historische uitvoeringspraktijken specifiek verbonden aan de romantische stijlperiode. Gezien onze benadering toch wel verschillend is van wat wij vandaag gewoon geworden zijn, volgt hier een woordje uitleg. Eén van de meest opvallende verschillen tussen de romantische en hedendaagse stijl is het gebruik van portamento. Afkomstig van het Italiaanse ‘portare’ wat letterlijk ‘brengen, aandragen, bezorgen’ betekent, staat portamento voor het ‘dragen van de ene noot naar de volgende’. Deze techniek wordt in meerdere werken uitvoerig beschreven. Joseph Joachim (1831-1907) hechtte in zijn Violinschule (gepubliceerd in 1905) veel meer expressieve waarde aan het portamento dan aan vibrato. Dat is vandaag compleet het tegenovergestelde, het portamento is zo goed als verdwenen uit de techniek van de 21ste eeuwse musicus…Het doorlopend vibrato daarentegen is in de loop van de 20ste eeuw wel uitgegroeid tot een wereldwijde standaard. In de romantiek was dat helemaal niet zo: vibrato werd gebruikt voor het kleuren van de klank in melodische/gezongen passages. Meer retorische/gesproken passages daarentegen werden zonder vibrato gebracht. Met andere woorden: strijkinstrumenten in de romantiek werden bespeeld zoals wij nu nog steeds onze stem gebruiken. Zingen met vibrato, spreken uiteraard zonder vibrato. In die geest zijn de romantici via het classicisme de directe erfgenamen van de retorische barokkunst. Een ander belangrijk verschil tussen het heden en ons verleden is het gebruik van rubato. Rubato betekent letterlijk ‘gestolen’. ‘Tempo rubato’ dus ‘gestolen tijd’. Met rubato spelen, is een bepaalde vrijheid in het tempo nemen, net zoals we dat ook doen in gesproken taal. Rubato is de natuurlijke cadans van onze woorden, altijd bewegend, nooit statisch, maar ook niet losstaand van de structuur van de zin. Toen een bewonderaar aan Mozart vroeg wat het geheim was van zijn zo muzikale spel, moet zijn antwoord geweest zijn: ‘omdat ik in de maat speel’. Met andere woorden, niet statisch ‘op de tel’, maar wel vrij bewegend binnen de maat, de natuurlijke cadans van de noten volgend zonder de structuur van de zin uit het oog te verliezen. Rubato spel was dus niets nieuw in de romantiek! Bijzonder mooi is hoe Franz Liszt het rubato omschreef als ‘de constante beweging van de bladeren aan de takken van de boom’. En Arnold Schönberg beschreef in zijn ‘Style and Idea’ in 1948 hoe de ‘Amerikaanse’ strikte en rigide manier van spelen (afkomstig uit de traditie van dansmuziek daar) zijn ingang vond in Europa, waar men voordien altijd met rubato speelde, zoals het overgeleverd was door de grote traditie uit het verleden. ‘All were suddenly afraid to be called romantic, ashamed of being called sentimental. No one recognised the origin of this tendency; all tried rapidly to satisfy the market – which had become American.’ dixit Arnold Schönberg. Dit rubato spel was ook de rechtstreekse oorzaak van een andere manier van samenspelen. Kennen wij vandaag hoofdzakelijk het verticaal samenspelen, dan werd er in de romantiek veel meer horizontaal samengespeeld. Door het rubato spel en de individuele bewegingsvrijheid die hieraan intrinsiek verbonden is, was perfect verticaal samenspelen bijna niet mogelijk. De verschillende stemmen bewogen vrij boven en onder elkaar zoals in een gesprek. Ook Goethe alludeerde hierop in zijn treffende omschrijving van het strijkkwartet: ‘Een strijkkwartet is een gesprek tussen vier intelligente musici’. Opnieuw die relatie met spreken. En zoals in elk goed gesprek lopen de lijnen door elkaar, onderbreken ze elkaar en heel soms, lopen ze ook gewoon mooi synchroon. Dit alles resulteert in een gevarieerde manier van samenspelen, van communiceren met elkaar. En dat is niet alleen maar mooi, maar ook spannend en uitdagend… Tot slot nog een woordje over het instrumentarium. Romantische strijkinstrumenten zijn quasi identiek aan de huidige strijkinstrumenten, op de darmsnaren na. Het is pas vanaf 1945 dat de moderne staalsnaar en synthetische snaar stilaan de darmsnaren vervangt. Ogenschijnlijk een relatief klein verschil, maar wel essentieel voor de muzikale boodschap! Met zijn minder gepolijste maar meer ruige klank – zo eigen aan de menselijke stem – leent de darmsnaar zich bijzonder goed voor het retorisch spel, het praten, de dialoog. Laat het nu net datgene zijn waarin het romantische strijkkwartet zich zo onderscheidt van het hedendaagse kwartetspel en dan kom je met darmsnaren tot een gedroomde combinatie van retoriek en melodische lyriek. Of hoe een klein verschil in instrumentarium een groot inhoudelijk artistiek gevolg kan hebben. Quatuor Romantique brengt het grote strijkkwartet repertoire uit de romantiek, historisch geïnformeerd en op historische instrumenten. Niet met de bedoeling om een reconstructie van een vervlogen verleden weer te geven, maar wel om met deze historische instrumenten en kennis de muzikale boodschap die verborgen zit achter de noten te laten weer-klinken. Zij zijn oa. de sleutels waarmee de muzikale tekst wordt geopend. Partituren vol verhalen uit een ver verleden maar over universele onderwerpen van alle tijden: hoop en wanhoop, verlangen, verlies, liefde, haat en zoveel meer…. Muziek van mensen van toen, voor en door mensen van nu.
