musici

Guido de Neve bleek al op zeer jonge leeftijd begaafd met een uitzonder­lijk muzikaal talent. Reeds op zijn elfde werd hij als leerling aanvaard aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel in de klas van Kati Sebestyen en later in de klas van Augustin Léon-Ara.  Op zijn 17de studeert hij af met de grootste onderscheiding en bijzondere felicitaties van de jury. Diezelfde zomer ontmoet hij in Assisi de Hongaarse violist Sandor Végh. Die kennismaking zou zijn verdere ontwikkeling ingrijpend beïnvloeden.Er volgen zes jaar van intensieve zelfstudie, een periode waarin Guido de Neve een persoonlij­ke manier van interpreteren ontwikkelde. Die inzet zou in binnen en buitenland worden beloond. Niet alleen de Britse pers was enthousiast. Ook de Braunschweiger Zeitung zag “…zweifelsohne ein aufgehender Stern am Geigenhimmel…”, en De Morgen herkende in de jonge virtuoos “…de nieuwe fakkeldrager van de Belgische vioolschool… De Bériot, Vieuxtemps, Ysaÿe, Grumiaux flitste het door mijn hoofd,” zo schreef Fred Brouwers. Na vele jaren intensief musiceren in Europa, Zuid Amerika , Azië en Afrika, nam hij gedurende 2 jaar een artistieke sabbat. Een periode van bezinning, herbekijken en herontdekken. Deze zoektocht bracht hem eerst naar de barokviool en vervolgens naar de romantische viool. Een nieuwe wereld van klanken en muzikale talen opende zich… Sindsdien concerteert Guido de Neve zowel op barok, romantische als moderne viool. Dit doet hij zowel in duo’s met piano, pianoforte als met klavecimbel.  Maar ook in solo viool recitals, waarin hij de hele geschiedenis van de vioolliteratuur op gepast instrumentarium verklankt. In die geest richtte hij in 2019 het Quatuor Romantique op. Een strijkkwartet dat met romantische instrumenten de grote strijkkwartet-literatuur vanaf de late Mozart-kwartetten tot en met de eerste helft van de 20ste eeuw vertolkt. Maar Guido de Neve is niet alleen een gepassioneerd musicus. Al meer dan 30 jaar doceert hij aan het Conservatorium van Antwerpen en is de muzikale vader geworden van een heel nieuwe generatie concerterende violisten…

Christophe Pochet kreeg op 3-jarige leeftijd zijn eerste vioollessen bij Dejan Mijajev. Vanaf zijn vijftiende volgde hij les bij Philippe Hirshhorn en Ursula Gorniák aan het conservatorium van Brussel en later bij Guido De Neve aan het conservatorium van Antwerpen bij wie hij zijn ‘Meester’ diploma behaalde. In 2006 vervolmaakte hij zich met een Postgraduaat Solist aan de Musikhochschule van Karlsruhe bij Albrecht Breuninger. In 1995 werd hij derde laureaat van de Internationale Herman Krebbers- wedstrijd te Maastricht en in 2003 kreeg hij met zijn voormalig strijkkwartet ‘Orion’ de eerste prijs op de wedstrijd ‘Promotie Vlaamse Muziek & Musicus’ voor strijkkwartetten van het Orpheusinstituut te Gent. Tussen 2002 en 2019 speelde hij vast als tutti 1ste viool in het Antwerp Symphony Orchestra. Als concertsolist concerteerde hij in België, Duitsland en Nederland met de Sinfonia Concertante van Mozart en de vioolconcerti van Bach, Mendelssohn, Tchaikovsky en Vivaldi o.l.v. Frans Cuypers, Koen Kessels en Edmond Saveniers. Momenteel speelt hij in het Quatuor Romantique en vormt hij samen met Yanna Penson en Lieselot Watté het ARVI pianotrio. Hij speelt op een Charles François Gand ‘Père’ viool uit 1844. 

Hans Cammaert studeerde viool aan het conservatorium van Antwerpen bij D. Mijajev en F. Reusens. Hij verfijnde zijn vioolspel op vele masterclasses waaronder die bij M. Destrube, die een grote invloed had. Hij speelde en speelt in de meeste kamerorkesten zoals I Fiamminghi, de Beethovenacademie (13j), het kamerorkest Brugge (13j), Prima la musica, Bryggen strings. Ook historische uitvoeringspraktijk neemt een groot deel van zijn tijd in: Millenium, Le concert d’Anvers, Apotheosis e.a. Hij is stichter en artistiek leider van het ‘ensemble a‘ en van het artdeco-ensemble Elixir d’Anvers. Hij geeft zijn kennis door aan de academies van Lier en Hemiksem en Borgerhout.

Het hoeft niet te verbazen dat Didier Poskin, die uit een muzikantenfamilie afkomstig is, al op zeer jonge leeftijd muzikaal actief was. Door zijn aangeboren talent en volgehouden inzet wist hij algauw zijn potentieel te realiseren. Op zijn dertiende trad hij reeds op als solist. Na zijn studies aan het “Conservatoire Royal de Bruxelles” werd hij niet toevallig toegelaten tot de Muziekkapel Koningin Elisabeth, het instituut dat alleen bestemd is voor de beste afgestudeerden van Belgische en buitenlandse conservatoria. Hij genoot er gedurende drie jaar het onderricht, de begeleiding en de vriendschap van Edmond Baert, die hem als één van zijn beste leerlingen beschouwde. Daarna ging Didier Poskin zich vervolmaken en zijn blik verruimen bij grootmeesters zoals Walter Grimmer in Zurich, Maurice Gendron in Parijs en het Amadeus kwartet aan de “Musikhochschule” in Keulen. Tussendoor volgde hij ook diverse masterclasses, in het bijzonder bij Pierre Fournier, Reine Flachot, Daniil Shafran, Frans Helmerson en Wolfgang Boettcher. Reeds in het begin van zijn professionele loopbaan werd hij door het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen gevraagd als cellosolo. Later richtte hij zich meer op kamermuziek en werd lid van het Verdi kwartet in Keulen. Samen met dat gezelschap doorkruiste hij gedurende zes jaar de wereld en nam hij tal van bekende composities op, waaronder alle kwartetten van Schubert. Tegenwoordig verdeelt hij zijn tijd tussen zijn onderwijsactiviteiten en zijn concerten als solist of in kamermuziekgezelschappen. Met zijn gulle karakter geeft hij zijn ervaring en enthousiasme graag door aan jonge studenten van het “Conservatoire Royal de Bruxelles”, waar hij een celloklas leidt.